
“Gehoorzaam liever aan een verzoek dan aan een bevel” (Publilius Syrus).
Herenmodewinkelketen Ogér moet gegevens over de leden van zijn businessclub met de Belastingdienst delen. Dat heeft Rechtbank Noord-Holland woensdag bepaald, nadat de fiscus hierover een kort geding startte. De Belastingdienst vermoedt dat het lidmaatschap van de businessclub deels wordt ingezet om privé-uitgaven, zoals de aanschaf van kleding of deelname aan evenementen, om te zetten naar een zakelijke kostenpost.
Aldus Taxlive.
https://www.linkedin.com/embed/feed/update/urn:li:share:7501026046805266432
Er hangt Ogér nogal wat boven het hoofd, namelijk medeplichtigheid tot het aanzetten van belastingfraude. Dat kan de fiscus met de gegevens aantonen. Er is dus veel gelegen aan het kledingbedrijf om deze ledeninfo niet te hoeven verstrekken. Ondanks een batterij aan argumenten (zoals strijd met AVG, fishingexpedition, te ruime interpretatie art 47/53 AWR) haalt het bedrijf bakzeil en moet de info onder een dwangsom verstrekken.
De voorzieningenrechter ziet het spoedeisende belang voor de fiscus. Immers, deze is gebonden aan aanslagtermijnen. De lange duur van 1,5 jaar voordat het geschil in kort geding werd aangebracht lag voornamelijk bij het uitstel gedrag van het bedrijf. De inspecteur heeft het geschil buiten de rechter willen oplossen, totdat het niet meer kon.
Inhoudelijk doet de rechter uitspraken over art 47/53 AWR (derdenonderzoek) die ik nog niet zo expliciet van de HR heb gehoord. Het verzoek om dit als prejudiciële vraag voor te leggen wijst de rechter af, omdat de fiscus binnen haar bevoegdheid is gebleven.
De dwangsom van max 1,5 mln liegt er niet om. Zal het bedrijf de info geven of weigeren en dan maar 1,5 mln betalen?
Ricky Turpijn
