Citaat George Bernard Shaw: “Elk beroep is een samenzwering tegen de leek”

Taxlive VNVandaag 25/6/24
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 19-06-2024 (publicatie 20-06-2024) 23/9 ECLI:NL:GHSHE:2024:2012

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2012

X woont volgens de BRP vanaf 12 oktober 2001 in Duitsland en vanaf 11 april 2019 in de VS. Feitelijk woont hij al vanaf 2005 in de VS. In 2013 richt hij in Nederland een BV op. De inspecteur stuurt in 2015 een ambtshalve aanslag IB/PVV 2013 naar zijn Duitse adres. In 2020 legt de ontvanger beslag op een bankrekening vanwege het niet betalen van de aanslag. De inspecteur behandelt het verzoek tot uitstel van betaling voor de aanslag als bezwaarschrift en verklaart het niet-ontvankelijk. In geschil is of de niet-ontvankelijkheid terecht is.

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de aanslag correct heeft bekendgemaakt door toezending naar het adres in de BRP. De fiscale leek X weet niet dat hij de Belastingdienst had moeten informeren over zijn adreswijzigingen en daarom is slechts sprake van geringe verwijtbaarheid. De termijnoverschrijding vanwege de niet-tijdige indiening van het bezwaarschrift moet niet aan X worden toegerekend, omdat hij pas in 2020 door het bankbeslag bekend wordt met de aanslag en meteen het bezwaarschrift indient. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.

Wat onderstaande procedure voor het Hof interessant maakt is de vraag wat nu een fiscale leek is volgens het Hof. Maar toen de inspecteur voor de rechtbank stond kwam dat begrip nog niet ter sprake. Wel hoever de onderzoeksplicht van de inspecteur gaat bij het uitvogelen van het juiste toezend adres voor de ambtshalve aanslag inkomstenbelasting 2013. Althans, dat kan volgens mij alleen het motief voor de inspecteur zijn geweest gezien het verloop van de aanslagregeling om niet alsnog aan het meer dan 5 jaar te late bezwaarschrift ambtshalve tegemoet te komen. In het ongelijk gesteld door de rechtbank gaat de inspecteur in hoger beroep.

Ten tijde van de oprichting van zijn BV in 2013 woonde belanghebbende volgens de basisregistratie personen, bijgehouden door de gemeenten, in Duitsland. Dat hij vanaf 2005 feitelijk in de USA woont heeft hij echter niet doorgegeven. Het juiste adres stond wel in de oprichtingsakte van zijn BV.

Het Hof oordeelt, “anders dan belanghebbende meent en de rechtbank heeft geoordeeld, dat de inspecteur niet is gehouden de oprichtingsakte van de BV te raadplegen. Geeft een belastingplichtige een adreswijziging niet door, dan kan de inspecteur niet worden verweten van die adreswijziging geen kennis te hebben genomen. Dit geldt te meer als het een buitenlands adres betreft. Daarbij merkt het hof op dat belanghebbende er, gelet op zijn aandeel in het appartementsrecht van de onroerende zaak in [plaats 4] en zijn belang in de BV, ook niet van uit kon gaan dat hij geen (fiscale) band meer met Nederland had.”

De aanslag heeft de inspecteur dus – anders dan het oordeel van de rechtbank – op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt (art 3:41 AWB). De rechter neemt daarin mee, kennisgenomen van de laatste jurisprudentie, dat de inspecteur de verzendprocedure gedetailleerd heeft beschreven (prints) incl. het verzendbedrijf Post.nl, waarmee een bezorgcontract voor buitenlandse post is afgesloten. Het bezwaarschrift is dus te laat (niet ontvankelijk).

Maar dan komt de ‘twist’. Was de termijnoverschrijding van meer dan 5 jaar verschoonbaar? Art 6:11 AWB brengt uitkomst. Was belanghebbende redelijkerwijs niet in verzuim vanwege een niet aan hem toe te rekenen omstandigheid? Daarvoor verzamelt het Hof de jurisprudentie van de HR en ziet enige ruimte daarvoor als de verwijtbaarheid met betrekking tot de niet-tijdige indiening van het bezwaar gering is. En die is gering. Belanghebbende is namelijk een fiscale leek.

Door vertrek naar het buitenland zijn alle fiscale banden met NL verbroken. Ondanks dat belanghebbende zich er bewust van had kunnen zijn dat in 2010 en 2013 veranderingen hebben plaatsgevonden die mogelijk gevolgen hadden voor zijn fiscale verplichtingen in Nederland, hebben die gevolgen zich niet voorgedaan. Voor een fiscale leek als belanghebbende is het in deze omstandigheden niet op voorhand direct duidelijk dat hij de Belastingdienst op de hoogte had moeten stellen van zijn adreswijzigingen. Dus is de termijnoverschrijding verschoonbaar.

Als de inspecteur niet in cassatie gaat over het begrip fiscale leek, dan kan de inspecteur de komende tijd een reeks fiscale leken aan het bureau verwachten, die allemaal menen gering verwijtbaar te hebben gehandeld.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *