Wat een verspilling van proceskosten door belastingplichtige!

Taxlive 31/12/2021
Bron: Hof Den Haag, 28-10-2021, nr. BK-21/00234 (gepubliceerd 29-12-2021) ECLI:NL:GHDHA:2021:2534 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:2534

IB/PVV. Correctie van de aangifte (inkomen uit dienstbetrekking en ingehouden loonheffing) op basis van door de Inspecteur ontvangen renseignementen. Aanslag is naar het juiste bedrag vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond.

X verantwoordt in haar IB-aangifte 2016 een inkomen van € 43.200 en € 15.656 aan ingehouden loonheffing. De inspecteur corrigeert de aangifte en houdt nog rekening met het van C bv genoten inkomen van € 1319. Aan ingehouden loonheffing verrekent de inspecteur € 14.722. X is het daar niet mee eens. Zij stelt daarbij dat de inspecteur de renseignementen niet had mogen gebruiken en dat zij bij € 1319 aan meer inkomsten € 1584 meer IB moet betalen.

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur de renseignementen mag gebruiken bij het opleggen van de aanslag. Gebruik van gerenseigneerde informatie is niet in strijd met enig beginsel van internationaal recht, niet met het EVRM en ook niet met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Verder zijn de gegevens door de inspecteur niet op een wijze verkregen die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik van die gegevens ontoelaatbaar moet worden geacht. Het hof rekent vervolgens voor waar het verschil tussen de aangifte en de aanslag vandaan komt. Naast de niet aangegeven inkomsten is ook de ingehouden loonheffing niet correct. De aanslag blijft in stand.

RB rechtsoverweging

12. Wel stelt de rechtbank vast dat verweerder eiseres niet eerder dan in het verweerschrift duidelijk heeft uitgelegd dat het grootste deel van het te betalen bedrag betrekking heeft op de correctie van het bedrag aan ingehouden loonheffing en niet op de belasting over de ‘extra’ inkomsten van € 1.319. Indien verweerder dit, zoals had gemoeten, reeds in de bezwaarfase zou hebben gedaan, zou eiseres zich wellicht niet genoodzaakt hebben gezien beroep in te stellen. In verband daarmee heeft verweerder ter zitting verklaard bereid te zijn het griffierecht aan eiseres te vergoeden.

Hof rechtsoverwegingen

Renseignementen

5.2. Wat betreft de renseignementen (bijlage 12 bij het verweerschrift van de Inspecteur voor de Rechtbank) heeft belanghebbende, naar het Hof begrijpt, gesteld dat de Inspecteur de loon- en loonheffingsgegevens die de renseignementen bevatten en afkomstig zijn van het UWV, niet mag gebruiken, maar niet aannemelijk gemaakt dat de informatie van de renseignementen niet klopt. Dit leidt het Hof tot het oordeel dat het verzamelrenseignement geoorloofd als bewijs kan worden gebruikt voor de vaststelling van de verschuldigde belasting. Het verzamelrenseignement bevat gegevens van derden, in casu UWV, die gebruikt worden als informatie voor de vergelijking met, en de controle van de aangiftegegevens. Het Hof acht de op het verzamelrenseignement voorkomende naam van belanghebbende “ [belanghebbende] ” in combinatie met namen van de inhoudingsplichtigen voldoende om te oordelen dat de Inspecteur in redelijkheid ervan heeft kunnen uitgaan dat de informatie belanghebbende betreft. Belanghebbende heeft bovendien erkend dat ze voor de verstrekkers van de gerenseigneerde gegevens heeft gewerkt. Gebruik van gerenseigneerde informatie is niet strijdig met enig beginsel van internationaal recht, niet met de artikelen 6 of 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en evenmin met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De gegevens zijn door de Inspecteur niet op een wijze verkregen die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik van die gegevens in deze procedure ontoelaatbaar moet worden geacht.

Privacyschending

5.3. De Rechtbank heeft op goede gronden en naar juistheid belanghebbende niet gevolgd in haar klacht dat de Inspecteur, met het overleggen van de aangifte IB/PVV 2016 aan de Rechtbank, haar privacy heeft geschonden. De aangifte behoort immers tot de gedingstukken en de Inspecteur is volgens artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gehouden deze als tot de tot het geding behorende documenten aan de rechter te overleggen. Artikel 67, lid 2, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geeft hiervoor een uitzonderingsgrond op de algemene geheimhoudingsplicht in het eerste lid van dat artikel. Bovendien zijn zowel de Inspecteur als de belastingrechter (de Rechtbank en het Hof) verplicht de gegevens van belanghebbende geheim te houden. Deze gegevens worden niet openbaar gemaakt of aan anderen verstrekt.

Opmerking.

Het gaat niet alleen om de toelaatbaarheid van renseignementen, maar ook of het overleggen van de aangifte bij de gedingstukken een schending is van de privacy van belastingplichtige. Wat de renseignementen betreft heeft de HR inzake project 1043/het bestand Fraude Signalering Voorziening (FSV) op 10/12/2021 geoordeeld, dat de controle van de aangifte niet rechtmatig is, indien deze voortvloeit uit een risicoselectie, een verwerking van persoonsgegevens in een databank of een gebruik van een databank waarin persoonsgegevens zijn opgeslagen, op basis van een criterium dat jegens de belastingplichtige leidt tot een schending van een grondrecht zoals een schending van het verbod op discriminatie naar afkomst, geaardheid of geloofsovertuiging. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1748&showbutton=true&keyword=20%2f02304

De HR heeft eerder de rechtsoverweging van het Hof gedeeld, hoewel de verwijzing ontbreekt. Maar het arrest van 10/12/2021 ondersteunt ook nu weer de uitspraak van het Hof.

De rechtsoverweging van het Hof over de overgelegde aangifte staat. Niet duidelijk uit de uitspraak blijkt wat nu de zieleroerselen van belastingplichtige zijn om de privacykaart te trekken. Een vileine gedachte is, dat belastingplichtige met de privacykaart wil voorkomen, dat de rechter de aangifte ziet. Immers, alleen de inspecteur legt de aanslag vast. Niet de rechter. Zonder aangifte ontbreekt de grond voor de correctie. Niet geschoten altijd mis. De inspecteur krijgt nog wel een sneer van de rechtbank, dat de inspecteur in bezwaar is tekort geschoten bij de uitleg van de correctie. Dat had het beroep kunnen voorkomen. Achteraf gezien lijkt deze sneer niet terecht, omdat ook de rechtbank daar niet is geslaagd. Jammer, dat het Hof dit niet rechtzet. Belastingplichtige heeft dit kennelijk allemaal zonder gemachtigde opgepakt. Maar of die erin geslaagd zou zijn belastingplichtige te overtuigen van de verspilling van proceskosten lijkt niet aannemelijk.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.