https://fd.nl/opinie/1374184/hoogste-bestuursrechter-liet-forse-steken-vallen-in-affaire-kinderopvangtoeslagen-ozi1caQVHYVh
Door Pia Lokin-Sassen (CDA) voormalig lid van de Eerste Kamer.

Reactie van Ricky Turpijn 3/3/21:
Mevrouw Lokin-Sassen betoogt:
“Kortom: de rechter, ook de bestuursrechter, hoort overheidsbesluiten zowel aan de wet als aan de beginselen van behoorlijk bestuur te toetsen. Maar de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft niet eens marginaal getoetst: de afdeling heeft in het geheel niet getoetst.”

Toch speelt bovenal bij de vraag welke rechtsregels van toepassing zijn bij een wet die de wetgever met volle verstand heeft aangenomen en een innerlijke waarde heeft die veronderstelt geen bedoeling te hebben, dat er nevenschade wordt aangericht. Een schade die dus niet bedoeld is (zoals onschuldige ouders treffen). Maar was door de verharding in het politieke klimaat ten tijde van het aannemen van de wet (fraude te vuur en te zwaard bestrijden) en door het ontbreken van een mogelijkheid om de wet op haar hardheid te toetsen (geen hardheidsclausule) daarmee niet invulling gegeven aan de innerlijke waarde van de wet, een wet om schade aan te richten, zo hard dat nevenschade daar een onderdeel van uitmaakt? Mocht dat de innerlijke waarde zijn, dan heeft zelfs de Hoge Raad (niet de bestuursrechter Raad van State) in meerdere gevallen het uitgangspunt gesteund, dat de innerlijke waarde van de wet niet door de rechter mag worden getoetst. Dat ligt bij de wetgever. Vaak genoeg roept de Hoge Raad in haar dictum op om de wet aan te passen. Daar kunnen beginselen van behoorlijk bestuur geen verandering in brengen, indien de wetgever heeft bepaald dat die beginselen verwerkt zijn in die hardvochtige wet.

Het is juist contra-legem, indien een bestuursbesluit, die op basis van de bedoeling van de wet hardvochtig is, afwijkt van de wet. Een bestuur, die overigens tevergeefs gepoogd heeft die innerlijke waarde aan de politiek verantwoordelijken voor te leggen. Die innerlijke waarde – die achteraf getoetst niet de bedoeling had onschuldige ouders te treffen – is van de wetgever. Niet van het bestuursorgaan, niet van de rechtspraak.

Dus mevrouw Lokin-Sassen – nota bene voormalig lid van de Eerste Kamer, de Kamer die de innerlijke waarde in haar ransel moet hebben – moet echt terug naar haar eigen tekentafel en reconstrueren hoe zij er zelf in heeft gestaan, mocht zij aan het aannemen van die wet hebben meegewerkt.

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.