“Als ik het Molukse verhaal beter had gesnapt had het allemaal niet zover hoeven komen”. Dit zegt de voormalige premier Van Agt op 90 jarige leeftijd in een interview met het NRC (2/10/21). Over de kaping van een trein in 1977 door jonge Molukkers in de tijd dat hij minister van justitie was. Pas onlangs is hij op de hoogte van de vernederingen die de gedeporteerde KNIL soldaten van Molukse afkomst vanaf hun ontscheping in 1951 hebben ondergaan. En die de bodem hebben gelegd voor de geweldsuitbarsting. Niet op zijn initiatief, maar op verzoek van enkele leden van de Molukse gemeenschap. Van Agt vraagt de koning excuses aan te bieden voor deze vernederingen. Overigens lees ik nergens in het interview, dat hij als voormalig premier en christendemocraat om vergeving heeft gevraagd. Het is voor mij onbegrijpelijk, dat een toen voor de gewelddadige beëindiging van de kaping verantwoordelijke staatsman pas 44 jaar daarna weet hoe de vork in de steel zit. En dat niet eens op eigen initiatief.  Hoe hoog moet zijn  ivoren toren als premier zijn geweest?

Als nazaat van een Indische generatie (65 jaar), waarvan de kille ontvangst bij aankomst in Nederland uiteindelijk toch is erkend, heb ik al op jonge leeftijd van deze frustraties gelezen. Dit kan deze beroemde staatsman toch ook niet zijn ontgaan? Ongelooflijk! Het is kennelijk in het DNA van staatslieden gegoten, dat inlevingsvermogen niet het kroonjuweel is in de relatie burger en overheid. Je zou bijna vrezen voor een goede afloop van de toeslagenaffaire. Maar ook voor alle grote vraagstukken van deze tijd.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.