Taxence 12/11/2021
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 05-11-2021 19/00546 (gepubliceerd 11-11-2021) https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI%3ANL%3AGHSHE%3A2021%3A3361

Een fijne casus voor de scherpslijpers van formeel recht (zie ook de rechters). Het is interessant te zien dat het Hof een deel van het beleid van de kennisgroep (genoemd in de uitspraak) inzake herzien/intrekken beschikkingen overneemt (bij opzettelijk of grofschuldig achterwege laten van info is daarvan sprake). Op grond van aanwijzing van de HR. Volgens het hof is er op basis van de feiten geen opzet of grove schuld voor het niet geven van info over de FE. Maar een ten overvloede ook dat de inspecteur niet voldaan heeft aan zijn onderzoeksplicht. Hoewel dus niet interessant, gezien het oordeel van het Hof begrijp ik de ten overvloede gedachte niet.
De inspecteur had tijdens de behandeling van het verzoek fiscale eenheid op de hoogte moeten zijn van het verzoek vermindering VA over 2010 (verzoek vermindering VA en FE waren kennelijk bij 2 inspecteurs in behandeling). In dat verzoek is kennelijk meegegeven dat de reden voor de vermindering is, omdat er een aftrek willekeurige afschrijving is over een (volgens het hof) ondernemingsvreemde activiteit (investering in een schip). Dat laatste had bij de inspecteur van de FE een alarmbel moeten rinkelen en had deze een onderzoeksplicht. Maar dan vraag ik mij af, wat de inspecteur bij navragen op het spoor heeft kunnen zetten dat er geen sprake was van economische eigendom. Dus is hier toch niet een geval van ‘de niet onwaarschijnlijke kans’ dat de aangifte juist is zoals door de HR in haar leer heeft uitgelegd? https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2020:1411 Dus dat de inspecteur bij het afgeven van de FE beschikking had kunnen aannemen dat er sprake is van economische eigendom?

RO 4.14.5.  Het hof komt tot de conclusie dat de inspecteur, gegeven de informatie waarover de inspecteur beschikte dan wel kon beschikken, in zijn onderzoeksplicht met betrekking tot het verzoek fiscale eenheid te kort is geschoten. Niet geheel duidelijk is op basis van welke informatie de inspecteur de beschikking fiscale eenheid heeft afgegeven. Zo is niet duidelijk of de inspecteur die de beschikking heeft afgegeven ten tijde van het afgeven van de beschikking beschikte over het verzoek om vermindering van de voorlopige aanslag 2010 en de daarbij verstrekte informatie en toelichting. Feit is evenwel dat de inspecteur over die gegevens had kunnen beschikken en ook had dienen te beschikken. Alsdan had de inspecteur bij een zorgvuldige beoordeling het verzoek aan een nader onderzoek moeten onderwerpen. Immers kennelijk was het aangaan van de fiscale eenheid noodzakelijk om voor de substantiële aftrekpost in aanmerking te komen, een aftrekpost (willekeurige afschrijving) die op het eerste oog geen enkel verband hield met de activiteiten van belanghebbende.Indien de inspecteur er om organisatorische of andere redenen voor gekozen heeft om verschillende werkzaamheden (behandeling verzoeken beschikking fiscale eenheid en behandeling om verzoeken vermindering voorlopige aanslag) op verschillende locaties te doen plaatsvinden, komt dat voor rekening en risico van de inspecteur.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.