Citaat Johan Cruijff: “Er is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Ben je er niet, dan ben je óf te vroeg, óf te laat.”

Taxlive 18/6/24 VNVandaag 17/6/24
Bron: Gerechtshof Den Haag 08-05-2024 (publicatie 17-06-2024) BK-21/218 ECLI:NL:GHDHA:2024:788

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:788

X heeft over het jaar 2012 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd gekregen. De Inspecteur heeft in hoger beroep erkend dat de navorderingsaanslag buiten de wettelijke navorderingstermijn is opgelegd en dat deze daarom moet worden vernietigd. X verzoekt om een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding. In geschil is of X recht heeft op een hogere vergoeding dan de forfaitaire proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Hof Den Haag oordeelt dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd wegens overschrijding van de wettelijke navorderingstermijn. Hetgeen X heeft aangevoerd is onvoldoende voor toekenning van een proceskostenvergoeding in afwijking van de forfaitaire bedragen van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Er is geen sprake van het nemen en handhaven van een besluit tegen beter weten in en evenmin van in vergaande mate onzorgvuldig handelen van de inspecteur. Het hof veroordeelt de inspecteur in de proceskosten tot een bedrag van € 3500.

Is de navorderingstermijn van 5 jaar van openbare orde? Hoewel dat niet met zoveel woorden op tafel komt, speelt dat in de zaak voor het Hof over een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding 2018, waarin de inspecteur alsnog erkent, dat de onderliggende navorderingsaanslag buiten de termijn is opgelegd. Niet bij bezwaar, niet bij de rechtbank, maar pas in hoger beroep doet belanghebbende – die niet op de zitting verschijnt – beroep op de te laat vastgestelde navorderingsaanslag. En treft doel. De aanslag is wel 3 weken voor het einde van de termijn aangekondigd, maar de datum van aanslag ligt een week na de termijn. Desgevraagd ter zitting heeft de inspecteur “geloofwaardig verklaard dat niet meer te achterhalen is hoe het tijdsverloop tussen de aankondiging van de navorderingsaanslag en de formalisering van de navorderingsaanslag is ontstaan”. De Hoge Raad heeft eerder bevestigd, dat de aanslagtermijn van 3 jaar niet van openbare orde is: de rechter hoeft dit niet ambtshalve toetsen. Naar mijn mening is dit (nog) niet voor de navorderingstermijn beoordeeld. Belanghebbende neemt te elfder ure het standpunt in, dat de inspecteur dit had moeten bewaken. Min of meer zegt belanghebbende daarmee, dat de 5 jaarstermijn voor navordering van openbare orde is. De rechter gaat daar helaas verder niet op in, mogelijk omdat de inspecteur gehoord de belanghebbende zelf tot de conclusie komt, dat de navorderingsaanslag te laat is vastgesteld.

Nu de aanslag van tafel is komt belanghebbende vervolgens met de eis voor een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding. De rechter wijst op jurisprudentie voor toekenning daarvan:

(1) kortgezegd, wanneer de inspecteur een besluit tegen beter weten in heeft ingenomen of
(2) wanneer het bestuursorgaan in vergaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld.

De gang van zaken bij het vaststellen van de aanslag en de late melding dat “niet is gebleken dat aan de inspecteur het recht toekomt een navorderingsaanslag op te leggen” zijn voor het Hof geen omstandigheden, waaronder de inspecteur een besluit heeft genomen tegen beter weten in. Maar verzuimt in te gaan op de in ro 4.2 opgenomen beroepsgrond van belanghebbende, dat de “inspecteur de navorderingstermijn als bedoeld in artikel 16, lid 3, AWR zelf had moeten aandragen in de bezwaar- dan wel beroepsfase”. De aanslag is vernietigd, waardoor de inspecteur niet in vergaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld. Dus geen bovenforfaitaire vergoeding.

Toch knaagt er wat. Omdat niet meer is te achterhalen waarom de aanslag te laat is opgelegd, krijgt de insp het voordeel van de twijfel, dat die niet tegen beter weten in heeft gehandeld. Het is hem overkomen, terwijl je ook kan zeggen, dat het ontbreken van enige verklaring duidt op een verzuim om de lopende verwerking – mocht die er zijn – in het ‘systeem’ te volgen. Dat is de insp toe te rekenen. Immers, het einde van de termijn was in zicht.

Ik neem aan, dat de inspecteur met deze procedure in het achterhoofd de aanslag ambtshalve zal verminderen. Boodschap hier aan alle partijen: let op de termijnen.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *