
Citaat Marcus Cato: “Stille wateren hebben diepe gronden.”
Taxlive 22/10/24 VNVandaag 21/10/24
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 07-08-2024 (publicatie17-10-2024) 22/1651 ECLI:NL:GHSHE:2024:2525
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2525
Samenvatting
Echtgenoot Y maakt voor X bezwaar tegen de WOZ-beschikking van woningen. Het bezwaar bevat geen inhoudelijke gronden maar wel een verzoek om te worden gehoord. De heffingsambtenaar stuurt een uitnodiging voor een hoorzitting met een aantal data. Y reageert niet op deze brief. In hoger beroep is in geschil of de hoorplicht door de heffingsambtenaar is geschonden en of X recht heeft op een proceskostenvergoeding en een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tijdens de zitting bij het Hof is namens X niemand aanwezig, ondanks een correcte uitnodiging.
Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de hoorplicht is geschonden omdat X niet concreet is uitgenodigd voor een hoorzitting. De heffingsambtenaar had alvorens op het bezwaar te beslissen X voor een hoorzitting moeten uitnodigen op een door de heffingsambtenaar vastgesteld tijdstip en vastgestelde plaats. De schending van de hoorplicht kan worden gepasseerd, omdat X geen nadeel heeft ondervonden van het ontbreken van de hoorzitting. X heeft in het bezwaar namelijk geen enkele inhoudelijke grond aangevoerd. Het verzoek om een immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Eventuele spanning en frustratie van X betreft in dit geval uitsluitend de nevenbeslissingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Opmerking
In onderstaande procedure over de WOZ beschikking 2019 is in hoger beroep uiteindelijk de vraag overgebleven of de hoorplicht door de heffingsambtenaar is geschonden. Bij bezwaar verzoekt belanghebbende te worden gehoord. De ambtenaar geeft daarop bij brief een aantal data op voor een zitting, maar daar reageert belanghebbende niet op. Volgens het Hof had de ambtenaar daaruit niet mogen afleiden, dat belanghebbende (stilzwijgend) afstand deed van zijn recht om gehoord te worden. De heffingsambtenaar had alvorens op het bezwaar te beslissen belanghebbende voor een hoorzitting moeten uitnodigen op een door de heffingsambtenaar vastgesteld tijdstip en vastgestelde plaats. De hoorplicht is dus geschonden. Aldus het Hof.
Het is wat vele inspecteurs al in praktijk brengen, maar deze verplichting staat echter niet in de jurisprudentie van de HR, waarnaar het Hof verwijst.
Deze nadere invulling heeft echter geen gevolgen voor de heffingsambtenaar. Belanghebbende heeft namelijk volgens het hof geen nadeel ondervonden van het achterwege blijven van de hoorzitting: er is geen enkele inhoudelijke grond aangevoerd, zelfs niet dat hij de waarde van de woningen te hoog vindt. In de bezwaarfase is niet gebleken, dat belanghebbende met de heffingsambtenaar van mening verschilde over de relevante feiten. Het hof ziet niet in hoe een hoorzitting had kunnen bijdragen aan het doen van een goede uitspraak op bezwaar. Het hof passeert het schenden van de hoorplicht daarom met toepassing van artikel 6:22 Awb: het is aannemelijk, dat belanghebbende daarmee niet is benadeeld. Het Hof verwijst voor het een en ander naar een mix van de arresten van de HR.
Belanghebbende heeft op de zitting geen toelichting kunnen geven: hij was er niet. Of eigenlijk: hij verscheen pas na de zitting, waarop het Hof laat weten, dat het het onderzoek al is afgesloten. Maar kan het feit, dat het bezwaar is ingediend, niet gemotiveerd maar wel met een verzoek om te worden gehoord en dat belanghebbende te laat, maar wel is verschenen na de zitting, het oordeel van het Hof dragen, dat belanghebbende niet is benadeeld? Dat kan het Hof niet weten, omdat belanghebbende niet heeft gesproken. Natuurlijk, een redelijke procesvoering vereist dat partijen er alles aan doen om hun procesverplichtingen na te komen. En in dit geval lijkt belanghebbende alleen te azen op de nevenvorderingen en mogelijk is zelfs valselijk een schijn van goede wil getoond door zich pas na de zitting te melden. Maar het hoorrecht is een grondrecht. De geconstateerde schending ervan moet door de heffingsambtenaar worden hersteld.
Ricky Turpijn