
“Wanneer genoeg te weinig is, is niets genoeg” (Epicurus).
Taxlive 8/6/26 VNVandaag 9/6/26
Bron: Rechtbank Den Haag 13-05-2026 (publicatie 03-06-2026) SGR 25/8679 ECLI:NL:RBDHA:2026:12691
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12691
Samenvatting
X staat in de Fraude Signalering Voorziening met registraties over meerdere jaren. Zij doet aangiften IB/PVV 2012 tot en met 2019. Het verzamelinkomen 2012 stijgt van € 11.451 naar € 12.871 en dat van 2014 van € 7591 naar € 8080. Voor de overige jaren volgt de inspecteur de aangiften. De inspecteur kent X een compensatie toe van € 665,04 voor 2014 en later aanvullende compensatie van € 2749,92 voor inkomensafhankelijke regelingen. X stelt dat zij ook voor 2012, 2013 en 2015 tot en met 2019 recht heeft op compensatie wegens selectie aan de poort. In geschil is of X recht heeft op een hogere financiële compensatie, in het bijzonder voor de jaren 2012, 2013 en 2015 tot en met 2019.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat alleen recht op compensatie bestaat indien de inspecteur het verzamelinkomen hoger vaststelt dan het aangegeven verzamelinkomen. De rechtbank stelt vast dat voor 2013 en 2015 tot en met 2019 geen verhoging plaatsvindt, zodat compensatie voor die jaren uitgesloten is. Voor 2012 staat wel een verhoging vast, maar de inspecteur toont aan dat de aangifte dat jaar niet is geselecteerd op basis van de geautomatiseerde zoekopdracht uit art. 2 van de Wet. Daardoor voldoet 2012 niet aan de wettelijke voorwaarden. Voor 2014 stelt de inspecteur de compensatie correct vast. De rechtbank bevestigt dat X geen recht heeft op een hogere compensatie.
Opmerking
De Wet compensatie wegens selectie aan de poort. Wie kent de wet niet? Nou ik, omdat ik geen beschikking heb gehad met een financiële tegemoetkoming vanwege een opname in de Fraude Signalerings Voorziening van de Belastingdienst. Een register, waar iedere belastingdienstmedewerker een signaal van fraude over een belastingplichtige heeft kunnen plaatsen. Een informatiebron voor correcties, ware het niet dat heel veel meldingen geen toelichting hebben meegekregen. En erger, er waren signalen die duidelijk betrekking hadden op kenmerken die in strijd zijn met art 1 GW, discriminatie dus. De ontdekking van dit register – dat buiten gebruik is gesteld – liep parallel met de toeslagenaffaire. Grote politieke verontwaardiging.
Daarbij had de HR geoordeeld in dec 2021, dat een aangifteselectie op basis van kenmerken die in strijd waren met art 1 GW en dat “de controle van de aangifte van de belastingplichtige heeft plaatsgevonden op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik van hetgeen bij die controle aan het licht is gekomen onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. In dat uitzonderlijke geval komt aan de inspecteur niet de bevoegdheid toe om de aangifte van de belastingplichtige te corrigeren naar aanleiding van die bij de controle aan het licht gekomen punten.”
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2021:1748
Dat alles heeft geleid tot de Wet compensatie wegens selectie aan de poort. Daar wordt gedetailleerd aangegeven wanneer ik voor compensatie in aanmerking kom. Het moet in ieder geval gaan om de aangifte, geselecteerd na een geautomatiseerde zoekopdracht naar uitgaven voor specifieke zorgkosten of om aftrekbare giften.
Het komt erop neer, dat ik de belasting incl. rentevergoeding terugkrijg, die ik over de correcties heb moeten betalen. Dit, omdat de belastingdienst niet heeft kunnen achterhalen, dat de selectie voor controle van mijn aangifte op andere gronden dan de opname in de FSV heeft plaatsgevonden. Daarmee wordt – hoewel mogelijk niet uit de melding valt af te leiden – discriminatie vermoed en krijg ik compensatie.
Ondanks deze tegemoetkomende houding van de Belastingdienst was het natuurlijk te verwachten, dat er een eerste casus aan de rechter wordt voorgelegd. Voor de rechtbank speelt, dat belastingplichtige de compensatie over 2012 en 2014 te laag vindt en een compensatie van 500 euro voor 2013 en 2015 t/m 2019 eist, hoewel het inkomen is gevolgd en die jaren dus niet in aanmerking komen voor compensatie. In die jaren zegt belpl last te hebben gehad van de opname in de FSV. Helaas voor belpl is dat geen criterium voor compensatie.
Ook is de aangifte 2012 niet uitgeworpen op ziektekosten of giften (een van de eisen voor compensatie). Ook blijkt niet uit de beschikking het vertrouwen, dat 2012 in de compensatie meeloopt. De compensatie over 2014 is conform de wettelijke regels berekend.
Dus het beroep is ongegrond.
Wat mij opvalt is, dat belastingplichtige nauwelijks vermeldt waarom de vastgestelde compensatie niet voldoet. Het lijkt alsof hij vol met wrok zit tegen de Belastingdienst of dacht ‘niet-geschoten-altijd-mis’. En ik vermoed zo maar, dat rupsje-nooit-genoeg niet de eerste zal zijn die hiermee de proceskanalen zal verstoppen.
Ricky Turpijn
