Citaat Johan Cruijff: “Je kunt beter ten onder gaan met je eigen visie dan met de visie van een ander”

Taxlive 25/04/2022
Bron: Rechtbank Noord-Nederland 14-04-2022 (publicatie 20-04-2022) AWB – 21 _ 2899 ECLI:NL:RBNNE:2022:1182

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:1182

Samenvatting

Belanghebbende, X, staakt op 31 december 2008 zijn onderneming, verkoopt in 2009 zijn laatste activa en verricht in dat jaar geen ondernemingsactiviteiten meer. In zijn aangifte IB/PVV 2015 claimt X een verlies uit onderneming. De inspecteur accepteert dit verlies niet. X maakt bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2015. De gemachtigde van X ontvangt twee brieven met als onderwerp ‘uitspraak op bezwaar’.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de reactie van de Belastingdienst van 14 juli 2021 op het bezwaar van X overduidelijk een uitspraak op bezwaar is. Dit blijkt uit het onderwerp van de brief, de inhoud ervan en de rechtsmiddelverwijzing. De gemachtigde van X is niet binnen zes weken in beroep gegaan en daarom is het beroep niet-ontvankelijk. De Belastingdienst heeft op 28 juli 2021 een brief gestuurd die ook als onderwerp ‘uitspraak op bezwaar’ heeft, maar een dergelijke tweede uitspraak op bezwaar is in belastingzaken niet mogelijk. Die tweede ‘uitspraak op bezwaar’ is ook geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De situatie was voldoende duidelijk en daarbij is van belang dat X werd bijgestaan door een gemachtigde die veelvuldig procedeert.

Opmerking

In een arrest uit 2019 heeft de Hoge Raad een handvat gegeven (ro 2.3.2) wanneer de inspecteur uitspraak heeft gedaan. Maar die lijkt ook afhankelijk te zijn van feiten en omstandigheden van het geval. Daar speelde de vraag wanneer een schriftelijke mededeling van de inspecteur aan de belanghebbende heeft te gelden als de uitspraak op het door die belanghebbende gemaakte bezwaar. Bij de beantwoording van die vraag komt het erop aan of die mededeling duidelijk maakt dat de inspecteur op het bezwaarschrift heeft beslist en dat daardoor een einde is gekomen aan de bezwaarfase. Anders dan waarvan het middel kennelijk uitgaat, brengt de enkele schriftelijke kennisgeving van een vermindering van een belastingaanslag en/of een boete, nadat daartegen bezwaar is gemaakt, niet mee dat uitspraak op bezwaar is gedaan, ook niet indien met die vermindering volledig aan het bezwaar wordt tegemoetgekomen.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2019:1574

Art 7:12 AWB bevat niet een duidelijk vormvoorschrift voor de uitspraak van de inspecteur.

De rechtbank (rechter Kattenberg) heeft gelijk om uit te gaan van wat redelijkerwijs kenbaar is bij de indiener van het bezwaarschrift. Van belang hierbij is dat de eerste uitspraak een brief van de inspecteur is en de tweede afkomstig van het automatiseringscentrum in Apeldoorn. Die tweede uitspraak is aangekondigd door de inspecteur. Gemachtigde had dat ook gezien, maar heeft de brief vanuit Apeldoorn toch als de enige juiste uitspraak aangemerkt. Dit gezien vanuit zijn eerdere ervaring met bezwaarschriften. Rechter Kattenberg verwijt gemachtigde nu, dat hij op grond van die ervaring beter had moeten weten en wijst erop, dat gemachtigde bij afwijzing van het bezwaar wél de brief van de inspecteur als uitgangspunt neemt. Niet consequent dus.

Naar mijn mening gaat de rechter hier tekort door de bocht. Heeft de rechter onderzocht of bij volledige afwijzing van het bezwaar ook een bericht vanuit Apeldoorn wordt gestuurd? Of is de uitspraak van de inspecteur in dat geval het enige bericht – namelijk afwijzing van het bezwaar – dat gemachtigde krijgt? In dat geval is het niet zo gek, dat gemachtigde aansluit bij het bericht van de inspecteur. Maar dan haalt dat de motivering van de rechter onderuit.

Is het verder echt niet te begrijpen, dat gemachtigde vanuit zijn procedeer praktijk dan aansluit bij het bericht van Apeldoorn als einde van de bezwaarprocedure? Immers, beide beschikkingen verschillen qua inhoud op belangrijke punten niet zoals de rechtsmiddelverwijzing. De rechter had – juist omdat gemachtigde vanuit zijn praktijk het bericht van Apeldoorn als uitspraak ziet – de brief van de inspecteur ook als kennisgeving kunnen aanmerken, waardoor het bericht uit Apeldoorn de enige uitspraak/beschikking is.

Gemachtigde zou toch nog eens moeten kijken of de appelrechter de niet ontvankelijkheid van zijn beroep in stand laat.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.