
F1 mechanic. The role model for an efficient government
Dat is toch weer eens wat anders dan al die onderwerpen over de toenemende werkgerelateerde mentale onbalans van Nederlandse werknemers in de katernen van de krant (NRC 29/11/25 Zo repareer je snel een gecrashte F1-wagen). Het gewilde beroep van monteur in het F1 racecircuit. En dat voor ‘slechts’ een salaris tussen de 35.000 en 75.000 euro.
https://www.specialops.nl/testimonials/special-op/hoe-word-je-f1-monteur-wij-geven-je-tips
Een Rijksambtenaar met middelbare opleiding haalt dat salaris met twee vingers in de neus (gechargeerd, natuurlijk). Maar ze bestaan echt deze modelwerknemers, die naast een superkennis van het vak, in dit geval autotechniek, ook nog een superconcentratie moeten hebben. Zo’n F1-monteur moet voor die focus vaardigheden hebben, die in een Nederlandse werkomgeving bijna als doodzonden worden gezien.
– Kalm blijven onder hoge druk en snel kunnen reageren op onverwachte situaties tijdens een race. Flexibiliteit om te schakelen tussen verschillende taken en systemen is het kernwoord.
– Betrokkenheid bij de sport en de wil om te presteren zijn het fundament. Monteurs werken vaak lange uren, dus passie en toewijding zijn essentieel om gefocust te blijven.
– Elk teamlid heeft een specifieke expertise (motoren, transmissies of elektriciteit). Deze specialisatie zorgt ervoor dat iedereen zijn rol kent en efficiënt kan werken, wat de noodzaak van constante concentratie verhoogt.
– De focus is niet alleen individueel. Monteurs werken in een team en vertrouwen op duidelijke communicatie met collega’s en de racetechnici. De strakke organisatie en samenwerking zorgen ervoor dat Max Verstappen zo snel mogelijk bijv. na een crash weer in zijn bolide kan stappen.
Met andere woorden, een F1-monteur kent een hoge arbeidsproductiviteit, alleen en in een team. Vrijwillig opgelegd aan zichzelf. Als er ruimte wordt gemaakt voor een ‘scrum’ in bijv. de kantoortuin van ministeries over de F1-monteur dan rept straks niemand meer over een inefficiënte en kleinere overheid.
That’s a welcome change from all those topics about the increasing work-related mental imbalance of Dutch employees in the newspaper sections (NRC 29/11/25: How to quickly repair a crashed F1 car). The coveted profession of mechanic on the F1 racing circuit. And all for a salary of ‘only’ between 35,000 and 75,000 euros.
A civil servant with a secondary education can easily earn that salary (an exaggeration, of course). But these model employees really do exist, who, in addition to superb knowledge of the profession, in this case automotive engineering, also need to be incredibly focused. Such focus requires skills that are almost considered cardinal sins in a Dutch work environment.
– Remaining calm under high pressure and being able to react quickly to unexpected situations during a race. Flexibility to switch between different tasks and systems is key. Commitment to the sport and a drive to perform are fundamental. Mechanics often work long hours, so passion and dedication are essential to stay focused.
– Each team member has a specific expertise (engines, transmissions, or electrical). This specialization ensures that everyone knows their role and can work efficiently, which increases the need for constant concentration.
– The focus isn’t solely on the individual. Mechanics work in teams and rely on clear communication with colleagues and race engineers. The tight organization and collaboration ensure that Max Verstappen can get back in his car as quickly as possible, for example, after a crash.
In other words, an F1 mechanic has high productivity, both individually and as part of a team. This is voluntary and self-imposed. If space is created for a “scrum” in, for example, the open-plan offices of government ministries, then soon no one will be talking about an inefficient and smaller government.
Ricky Turpijn
