Ziet de inspecteur toch een rechtsvraag?

NDFR 8/2/22
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2022, nr. 19/1834

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:327

Samenvatting

Belanghebbende heeft voor het jaar 2006 aangifte VPB gedaan, waarin het eindvermogen is bepaald op negatief € 1.045.314. Voor de jaren 2007 tot en met 2010 heeft belanghebbende geen aangiftes VPB gedaan. De inspecteur heeft het belastbaar bedrag voor die jaren steeds ambtshalve vastgesteld op nihil. Voor het jaar 2011 doet belanghebbende wel aangifte VPB. De aangegeven belastbare winst bedraagt negatief € 43.330. Het aangegeven beginvermogen bedraagt negatief € 701.678. Bij het vaststellen van de aanslag is de inspecteur van de aangifte afgeweken. De inspecteur heeft met toepassing van de foutenleer de vermogenstoename tussen 31 december 2006 en 1 januari 2011 (zijnde € 343.636) tot het resultaat van 2011 gerekend. De winst wordt door de inspecteur vastgesteld op € 300.296, waarmee verlies uit voorgaande jaren van € 226.363 is verrekend. Het belastbaar bedrag komt hiermee op € 73.933. In geschil is of de inspecteur terecht met toepassing van de foutenleer de vermogenstoename tot de winst heeft gerekend.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant (20 januari 2022, nr. 19/1834) oordeelt dat de inspecteur uitgaat van een te ruime opvatting van de foutenleer. Het is niet zo dat een nog niet in aanmerking genomen vermogenstoename uit een eerder jaar door middel van de foutenleer alsnog in de winst kan worden betrokken. De foutenleer ziet op het herstel van balansfouten en niet is gesteld dat sprake is van een balansfout.

(Beroep gegrond.)

Opmerking

Rechter Pauwels heeft het bij het juiste eind. De foutenleer is ervoor om balansfouten te herstellen, waardoor de gecorrigeerde balansen kunnen leiden tot balans verschillen per ultimo opvolgende jaren. Die verschillen vormen de resultaten. De inspecteur zag vanaf het laatste jaar van aangifte 2006 tot het eerste jaar van aangifte 2011 een vermogenstoename van meer dan 3 ton. 

Aannemelijk is, dat dit het positieve saldo is van fiscale resultaten in de tussenliggende jaren. Probleem voor de inspecteur in die jaren is, dat de aanslagen ambtshalve op nihil zijn vastgesteld. De beginpositie van het vermogen in de aangifte 2011 is een nieuw feit, die de inspecteur zou kunnen gebruiken voor navordering over die jaren. Maar dan moet de inspecteur een schatting maken over een verdeling over die jaren. Dat wordt moeilijk, omdat gegevens/aangiften ontbreken. Omkering en verzwaring van de bewijslast – zoals bij het niet doen van de vereiste aangifte – geldt niet meer bij navordering. Sterker: de inspecteur heeft de bewijslast. Daar kan hij niet aan voldoen. 

De inspecteur kiest als laatste strohalm voor de foutenleer, omdat die leer de mogelijkheid geeft alle fouten in het verleden te herstellen in het laatste openstaande jaar. Dat is dus 2011. Hij vergeet alleen te melden, dat het een balansfout moet zijn, aldus de rechtbank. De inspecteur probeert de rechter nog te overtuigen, dat vermogenstoenames moeilijk zijn toe te rekenen over de niet aangifte jaren. Maar de rechter vindt dat iets voor de resultaatbepaling van die jaren en die heeft de inspecteur op nihil gesteld. De inspecteur zegt niets over een balansfout. Dus de correctie is van de baan. 

Als ik de rechter goed begrijp is er niets mis met de balanspositie per 1/1 2011. Dan kan je niet met de foutenleer aankomen alsof die balans niet goed zou zijn. Rechter Pauwels slaat de spijker op zijn kop. 

Misschien ziet de inspecteur dit – onterecht – als een rechtsvraag en zoekt een hogere rechter om dat te beslissen. 

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.