Belastingplichtige moet eerst een schending van een grondrecht aannemelijk maken.

Taxlive 18/02/2022
Bron: Gerechtshof Amsterdam 27-01-2022 (publicatie 16-02-2022) 20/00420 ECLI:NL:GHAMS:2022:362

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:362

Samenvatting

Navorderingsaanslag IB/PVV; project 1043; FSV; aftrek specifieke zorgkosten; aftrek kosten resultaat uit overige werkzaamheden; proceskostenvergoeding.

In zijn aangifte IB/PVV 2013 claimt X aftrek van specifieke zorgkosten. De aanslag IB/PVV 2013 wordt op 9 september 2015 conform de aangifte opgelegd. Naar aanleiding van het strafrechtelijk FIOD-onderzoek bij het belastingkantoor van X krijgen alle cliënten van dat kantoor projectcode 1043. De aangifte van X wordt vervolgens voor nader onderzoek uitgeworpen. De inspecteur stuurt X op 14 maart 2017 een vragenbrief betreffende de opgevoerde aftrekpost in de aangifte IB/PVV 2013. X antwoordt dat hij als gevolg van verhuizingen praktisch niets bewaard heeft. Op 22 juli 2017 legt de inspecteur de in hoger beroep in geschil zijnde navorderingsaanslag IB/PVV 2013 op. Daarbij wordt de aftrek van specifieke zorgkosten gecorrigeerd.

Volgens Hof Amsterdam heeft de controle van de aangifte IB/PVV 2013 van X niet plaatsgevonden op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd. De omstandigheid dat de gegevens van X mogelijk zijn opgenomen in de FSV (Fraude Signalering Voorziening) leidt daar ook niet toe. Er is geen sprake van schending van een grondrecht. Het hof verwerpt de stelling van X dat nu het onderzoek jegens het belastingkantoor is gestart rond medio 2015, nadien opgelegde navorderingsaanslagen moeten worden vernietigd wegens het ontbreken van een nieuw feit. De navorderingsaanslag blijft in stand. Het hoger beroep is ongegrond.

Opmerking

Het Hof (rechter Leijdekker c.s) trekt heel duidelijk uit elkaar het strafrechtelijk onderzoek naar (het kantoor van) gemachtigde enerzijds en de navordering 2013 opgelegd aan eiser, omdat eiser geen afdoende antwoorden heeft gegeven op vragen van de inspecteur over de aftrekposten. Tijdens dat onderzoek bij de gemachtigde is wel het vermoeden ontstaan dat bij aangiftes ingediend door het kantoor van de gemachtigde sprake zou kunnen zijn van gefingeerde aftrekposten. Die aangiftes hebben projectcode 1043, een registratie in FSV, gekregen. De rechter heeft in het dossier geen aanwijzing gevonden, dat de controle van de aangifte van eiser – ondanks registratie – heeft plaatsgevonden op basis van een criterium dat leidt tot een schending van een grondrecht zoals een schending van het verbod op discriminatie naar afkomst, geaardheid of geloofsovertuiging. Dus de controle van de aangifte heeft niet plaatsgevonden op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd. Ook de omstandigheid dat de gegevens van belanghebbende mogelijk zijn opgenomen in de FSV, leidt om die reden niet tot een verlaging of vernietiging van de navorderingsaanslag (vgl. HR 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1748). Aldus rechter Leijdekker.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1748

Het Hof toetst hier dus echt of er een schending van een grondrecht heeft plaatsgevonden. En zo hoort het. Dat is anders dan in de casus van Hof Arnhem-Leeuwarden 25/1/22, waarin rechter Van de Merwe een timide inspecteur een veeg uit de pan geeft en twijfelt of de inspecteur nog te vertrouwen is. Mogelijk heeft het Hof een FSV registratie laten meewegen in de hoge vergoeding van de werkelijke proceskosten.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2022:488

Het laatste woord over een FSV registratie en schending van een grondrecht is hierover nog niet gezegd, aangezien het gaat om een groot aantal belastingplichtigen met een dergelijke registratie.

https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/zwarte-lijst-fsv-van-belastingdienst-strijd-met-de-wet

Maar het lijkt erop, dat belastingplichtige eerst aannemelijk moet maken, dat er sprake is van een schending van een grondrecht en niet alleen kan roepen, dat een FSV registratie daarvoor voldoende is.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.