“Wijs, is hij die weet wat hij over het hoofd moet zien” (William James).

Taxlive 5/6/26 VNVandaag 5/6/26
Bron: Hoge Raad 05-06-2026 (publicatie 05-06-2026) 24/00611 ECLI:NL:HR:2026:829

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2026:829

X houdt een (in)direct a.b. in C BV. C BV huurt een bedrijfspand van maatschap B. De maten van B zijn X (50%) en zijn broer (50%). In zijn IB-aangiften 2001-2014 hanteert X een waarde van € 1,5 mln. voor het bedrijfspand in verband met de TBS-regeling. Dit op basis van de historische kostprijs. In 2015 verkoopt X de aandelen C BV. In zijn IB-aangifte hanteert X een (inbreng)waarde voor het bedrijfspand per 1 januari 2001 van € 2,4 mln., de waarde in het economische verkeer. De inspecteur corrigeert de aangifte en blijft bij de waarde die X steeds in zijn aangiften heeft gebruikt: € 1,5 mln. Hof Amsterdam oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de inbrengwaarde van het bedrijfspand hoger is dan € 1,5 mln. Er is dan ook geen reden om de beginbalans van de TBS te corrigeren op grond van de foutenleer in het jaar 2015. Met betrekking tot het verzoek van X om een ISV voor de beroepsfase verwijst het hof naar het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016 (14/03907, ECLI:NL:HR:2016:252, V-N 2016/13.4). Uit dit arrest volgt volgens het hof dat X uiterlijk op de zitting van de rechtbank het verzoek om een ISV had moeten doen. X BV gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte geen ISV aan X BV heeft toegekend in verband met de termijnoverschrijding in de beroepsfase. Dit volgt uit het door het hof aangehaalde overzichtsarrest van 19 februari 2016. Dat X BV het verzoek pas voor het eerst in hoger beroep heeft gedaan, is niet van belang. De overige klachten van X BV over de uitspraak van het hof wijst de Hoge Raad af onder verwijzing naar art. 81 lid 1 Wet RO. De Hoge Raad kent aan X BV een ISV van € 1000 toe. Daarnaast heeft zij nog recht op een vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht.

Nou heb ik een hoge pet op van rechters bij het Hof en cassatiemedewerkers bij het min van fin. Maar na dit arrest zet ik de pet iets naar achter. Hoe is dit mogelijk?

In het onderstaande arrest gaat het mede om de vraag of het Hof terecht het verzoek voor een immateriële schadevergoeding (isv) van belanghebbende heeft afgewezen. Dit heeft het Hof gedaan op grond van het overzichtsarrest 19/2/2016 ro 3.13.2. Belanghebbende heeft het verzoek om isv niet gedaan uiterlijk op de zitting bij de rechtbank, maar pas in hoger beroep. Nergens in de uitspraak van het Hof is te lezen, dat verdere overwegingen in het arrest zijn bestudeerd.

De HR leest zijn eigen arrest nog eens na en ook de rechtsoverweging ná ro 3.13.2, namelijk 3.13.3. En wat staat daar met zoveel woorden? Dat het verzoek isv ook nog in hoger beroep kan worden gedaan.

Hoe kan het Hof, een meervoudige kamer, dit over het hoofd hebben gezien? Maar niet alleen dat: hoe is het mogelijk, dat de cassatiemedewerkers dit hebben gemist?

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *