
“Sanity is a handicap and liability if you’re living in a mad world” (Anthony Burgess).
Taxlive 8/1/26 VNVandaag 7/1/26
Bron: Gerechtshof Den Haag18-11-2025 (publicatie 05-01-2026) BK-24/993 ECLI:NL:GHDHA:2025:2594
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2594
Samenvatting
X heeft een licht verstandelijke handicap. Hij heeft ook last van psychoses en gebruikt hiervoor medicijnen. In maart 2020 sluit zijn vader/gemachtigde een compromis met de inspecteur over de zorgkosten van 2016 tot en met 2018. Dit houdt in dat een deel van die kosten aftrekbaar is en dat X, al dan niet met hulp van zijn vader, vanaf 2019 de kosten wel aannemelijk moet maken. In geschil zijn de zorgkosten van 2020. Van de geclaimde ⏠2909 is slechts het vaste bedrag voor extra kleding en beddengoed van ⏠300 gehonoreerd. Volgens Rechtbank Den Haag maakt X de overige kosten niet aannemelijk. In hoger beroep stelt de vader dat de uitgaven ânaar eer en geweten zijn geschatâ en dat de plicht om de kosten aannemelijk te maken in strijd is met het VN-gehandicaptenverdrag.
Hof Den Haag oordeelt dat de bewijsmaatstaf âaannemelijk makenâ niet (indirect) discriminatoir is toegepast en dat geen sprake is van strijd met het VN-gehandicaptenverdrag. Dat was anders geweest als wel enig bewijs was overgelegd dat met inachtneming van de licht verstandelijke beperking van X verwacht mocht worden. Te denken is aan bewijs van bezoek aan artsen op grond waarvan taxivervoer â ook zonder bonnen â aannemelijk geacht zou kunnen worden en de inspecteur desondanks had volhard in zijn standpunt. De vader heeft een kans laten lopen door na de zitting niet alsnog met de inspecteur in overleg te treden. Het beroep van X is ongegrond.
Opmerking
Volgens mij zegt het Hof in deze procedure wat cryptisch, dat er voldoende ruimte was voor de menselijke maat in het geval van de extra zorgkosten van een licht verstandelijk gehandicapte.
Maar dan moet je als gemachtigde de inspecteur daar wel de gelegenheid toe geven. Wat niet is gebeurd volgens het Hof. Dit blijkt uit de twee dragende overwegingen.
Ro 5.8
“Gelet op de licht verstandelijke beperking van belanghebbende en gelet op het feit dat de gemachtigde van belanghebbende heeft gesteld dat de uitgaven naar eer en geweten zijn geschat, acht het Hof het aannemelijk dat die aangifte is opgesteld door of met hulp of medeweten van de gemachtigde van belanghebbende. Onder deze omstandigheden kan de Inspecteur niet verweten worden de bewijsmaatstaf âaannemelijk makenâ (indirect) discriminatoir te hebben toegepast door een deel van de specifieke zorgkosten niet in aftrek toe te laten. Dat was mogelijk anders geweest als de gemachtigde van belanghebbende bewijs had overgelegd dat, met inachtneming van de licht verstandelijke beperking van belanghebbende, van belanghebbende verwacht mocht worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan bewijs van bezoek aan artsen op grond waarvan taxivervoer â ook zonder taxibonnetjes – aannemelijk geacht zou kunnen worden, en de Inspecteur desondanks had volhard in zijn standpunt. De gemachtigde van belanghebbende heeft dit echter niet gedaan en hij heeft in die zin de Inspecteur niet de kans gegeven de bewijsstandaard âaannemelijk makenâ toe te passen op een wijze die past bij belanghebbendes persoonlijke omstandigheden.”
5.10.”In het licht van het vorenstaande hecht het Hof eraan nog op te merken dat het betreurt dat de gemachtigde geen gebruik heeft gemaakt van de door het Hof geboden gelegenheid om nader in overleg te treden met de Inspecteur en evenmin gebruik heeft willen maken van een door het Hof geboden gelegenheid om nadien ter zitting de zaak alsnog te bespreken. Daarmee heeft de gemachtigde naar de overtuiging van het Hof een kans laten lopen de zaak op constructieve wijze tot een voor partijen bevredigende oplossing te brengen.
Ricky Turpijn
