
“Dwang kan alleen eindigen in chaos” (Mahatma Gandhi).
Taxlive 20/5/26 VNVandaag 19/5/26
Bron: Rechtbank Noord-Nederland 30-04-2026 (publicatie 15-05-2026) LEE 26/369 en LEE 26/372 ECLI:NL:RBNNE:2026:1574
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1574
Samenvatting
X en Y verzoeken om ambtshalve vermindering van hun IB-aanslagen 2018 – 2020. De inspecteur wordt in gebreke gesteld en wijst de verzoeken vervolgens af, omdat ze te laat zijn ingediend. De inspecteur merkt daarbij ook nog op dat X en Y in 2017 – 2020 geen (positief) arbeidsinkomen hadden, zodat in die jaren geen recht bestaat op een inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de verzoeken om ambtshalve vermindering terecht zijn afgewezen wegens termijnoverschrijding. Wel is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden omdat de inspecteur X en Y niet in de gelegenheid heeft gesteld om zich uit te laten over de reden voor de termijnoverschrijding. De rechtbank honoreert wel het verzoek van X en Y op een dwangsom. De rechtbank verwerpt daarbij de stelling van de inspecteur dat de verzoeken kennelijk zijn afgewezen en dat daarom geen dwangsom is verschuldigd. Uit de beschikkingen volgt namelijk dat de inspecteur de verzoeken heeft afgewezen. De inspecteur heeft de verzoeken dus niet kennelijk afgewezen. Verder heeft de inspecteur ook inhoudelijk naar de verzoeken gekeken en is inhoudelijk zorgvuldig onderzoek gedaan. Wegens samenhang stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1442.
Opmerking
Het lijkt zo’n simpele casus. De inspecteur heeft verzoeken om ambtshalve vermindering van IB aanslagen die na de termijn van 5 jaar na de aanslagdatums zijn ingediend afgewezen. Terecht volgens de rechtbank. Tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is op grond van bijzondere omstandigheden (art 60 AWR jo art 6.11 AWB). Voor dat geval heeft de HR geoordeeld, dat belastingplichtige zich over die termijnoverschrijding mag uitlaten, voordat het verzoek niet ontvankelijk wordt verklaard.
Nou, volgens de rechtbank is die verschoonbaarheid er niet nu de aangiften wel op tijd binnen 5 jaar zijn ingediend, maar het verzoek om vermindering dus niet. Prioritering komt dan wel voor rekening en risico van belastingplichtige.
Opvallend is, dat omstandigheden kunnen verschillen. Maar dat neemt de rechtbank daarbij niet mee in de overweging.
Ook het zonder motivering beroep doen op de schending van het evenredigheidsbeginsel wijst de rechtbank af. Niet geschoten, altijd mis, begint het zo langzamerhand op te lijken.
Maar de rechter vindt het niet zorgvuldig, dat de inspecteur – ondanks zijn melding, dat zorgvuldig naar het verzoek is gekeken – de verzoeken heeft afgewezen zonder belastingplichtige de gelegenheid te hebben gegeven zich uit te laten over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Dus geen onderzoek heeft ingesteld naar die overschrijding. En dan wordt het interessant.
Belastingplichtige heeft de inspecteur in gebreke gesteld, omdat hij niet tijdig op de verzoeken heeft beslist en vraagt ook om een dwangsom. Nu de inspecteur niet zorgvuldig de verzoeken heeft afgewezen verdient belastingplichtige vanwege de termijnoverschrijding van de inspecteur een dwangsom, maar de verzoeken moeten dan als 1 verzoek worden aangemerkt.
En nu volgt er een woordenspelletje. De inspecteur vindt de verzoeken kennelijk ongegrond. Een uitzonderingsgrond voor een dwangsom. De rechter vindt, dat de inspecteur de verzoeken niet kennelijk heeft afgewezen. Dus geldt de uitzonderingsgrond niet en is een dwangsom terecht.
Volgens mij rijden de inspecteur en de rechter op een verschillend spoor.
De inspecteur verstaat onder ‘kennelijk’, dat aan het bezwaar/verzoek al op voorhand duidelijk nooit kan worden tegemoet gekomen. De rechter lijkt onder ‘kennelijk’ als bekendgemaakt te verstaan. De inspecteur heeft zijn bevindingen over de inhoud van het verzoek niet aan belastingplichtige bekendgemaakt. Dus het verzoek is niet kennelijk ongegrond en daarmee is een dwangsom terecht. Althans, iets anders kan ik van ro 17 niet maken.
Dus geen verschoonbare termijnoverschrijding voor belastingplichtige en dus geen vermindering, maar ook geen verschoonbare beslistermijnoverschrijding van de inspecteur en dus wel een dwangsom voor belastingplichtige. Ik denk, dat de Rechtbank zich vergist.
Ricky Turpijn
