
“Ik heb vertrouwen in de Verenigde Staten en ons vermogen om goede beslissingen te maken op basis van de feiten” (Al Gore).
Taxlive 7/7/26 VNVandaag 6/7/26
Bron: Rechtbank Den Haag 05-06-2026 (publicatie 03-07-2026) SGR 24/4785 , SGR 24/4788, SGR 24/4791, SGR 24/4792, SGR 24/4794 ECLI:NL:RBDHA:2026:17073
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17073
Samenvatting
X en zijn compagnon kopen regelmatig panden om deze na verbouwingen/splitsingen te verhuren in box 3 of in enkele gevallen te verkopen. Volgens de inspecteur kwalificeert dit ten aanzien van een aantal panden/projecten als ‘meer dan normaal vermogensbeheer’, zodat de al dan niet gerealiseerde waardestijgingen in box 1 zijn belast.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat geen omkering en verzwaring van de bewijslast kan plaatsvinden, omdat onvoldoende vaststaat dat bewust onjuiste aangiften zijn gedaan. Voor vier panden/projecten maakt de inspecteur aannemelijk dat sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer. Dit volgt uit de verleende omgevingsvergunningen, de door X overgelegde taxatierapporten en de bevindingen in het controlerapport. De belaste waardestijgingen in box 1 waarvan de inspecteur is uitgegaan, zijn redelijk. Voor drie andere panden/projecten slaagt de inspecteur niet in de bewijslast. Het feit dat één controlemedewerker onprofessionele en ongepaste taal heeft gebruikt, maakt niet dat het hele onderzoek in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. De beroepen zijn deels gegrond.
Opmerking
Een boekenonderzoek is het moment waarop de ondernemer de belastingdienst niet dichterbij kan meemaken dan dit. Ook meteen het moment, waarop de Belastingdienst haar visitekaartje afgeeft. Zakelijk, maar zeker persoonlijk leren ondernemer en controleambtenaar elkaar intensief kennen. Niets is vreemd aan mensen, dat ook zij goede en minder goede momenten in hun herinnering meenemen. Zeker als er geschillen overblijven en een rechter aan te pas moet komen, zullen deze herinneringen van invloed zijn op hun procesgedrag.
Zo ook in deze casus voor de Rechtbank, waar het contact niet vriendelijk is verlopen. Althans, zo blijkt uit de overwegingen. Dan raken verwijten als vooringenomenheid en onzorgvuldigheid richting de controle ambtenaar het wezen van de Belastingdienst als rechtsstatelijk instituut. Het is jammer, dat in de rechtsoverweging niet duidelijk wordt wat de controlemedewerker precies zou hebben gezegd.
Ro 36. “De rechtbank stelt voorop dat zij de irritatie van eiser over het taalgebruik van bepaalde medewerkers van de Belastingdienst in hun interne mailverkeer, met name van de controlemedewerker [controlemedewerker 1] , zoals dat blijkt uit de gedingstukken, begrijpt en ook het daaraan ontleende gevoel dat ze volgens [controlemedewerker 1] hoe dan ook moesten betalen. De rechtbank acht de bewuste passages onprofessioneel en ongepast. Die constatering rechtvaardigt echter als zodanig niet de conclusie dat sprake is geweest van vooringenomenheid en willekeur ten aanzien van de aanslagregeling of van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.”
Opvallend is, dat in de casus de namen van de Belastingdienstmedewerkers als enige zijn genoemd. Een omissie of met opzet om verzocht?
De casus zelf is sterk feitelijk en gaat over een veel voorkomende vraag in de vastgoedsector of er over de jaren 2014 t/m 2017 sprake is van resultaten uit projectontwikkeling (overgang van Box 1 naar Box 3) of uit normaal vermogensbeheer (Box 3) bij de koop van panden met achterstallig onderhoud, verbouwing en daarna verhuur. Daarbij is het de vraag of de gebezigde arbeid een rendement heeft opgeleverd, die hoger is dan het rendement bij normaal vermogensbeheer, waardoor er sprake is van projectontwikkeling. In 4 van de 7 onderzochte panden heeft de inspecteur gelijk gekregen.
De rechtbank wijst op constante jurisprudentie van de Hoge Raad over het begrip normaal vermogensbeheer bij onroerende zaken: “het rendabel maken van de onroerende zaken mede door middel van arbeid welke door dan wel namens de eigenaar van de onroerende zaken wordt verricht waarbij deze arbeid naar haar aard en omvang onmiskenbaar ten doel heeft het behalen van voordelen uit de onroerende zaken, welke het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaan”.
Het begrip speelt in vele fiscale wetten, zoals de vennootschapsbelasting, waar het onderscheid tussen belegging (normaal vermogensbeheer) en onderneming het fiscale resultaat bepalen.
Ricky Turpijn
