“Ik houd van varkens. Honden kijken naar ons op. Katten kijken op ons neer. Varkens beschouwen ons als hun gelijke” (Winston Churchill).

Taxlive 6/11/26 VNVandaag 6/11/26
Bron: Hoge Raad 06-11-2026 23/04950 ECLI:NL:HR:2026:1677

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2026:1677

X en zijn echtgenote (de overnemers) exploiteren vanaf 1 april 2009 samen met twee andere personen (de overdragers) een varkenshouderij in VOF-verband. In een sideletter bij de VOF-overeenkomst maken zij afspraken over de voorgenomen overdracht van de onderneming per 31 maart 2012 en spreken zij af daarbij gebruik te maken van de regeling voor geruisloze doorschuiving. Na een conflict over de nakoming van de gemaakte afspraken wordt het vennootschappelijke en buitenvennootschappelijke vermogen uiteindelijk op 26 november 2013 aan de overnemers geleverd. De overdragers en overnemers dienen vervolgens gezamenlijk een verzoek om toepassing van de doorschuiffaciliteit in. In geschil is of X op dit verzoek kan terugkomen. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat dit mogelijk is. De Staatssecretaris gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de gezamenlijke keuze voor toepassing van de doorschuiffaciliteit slechts door de overdragers en overnemers gezamenlijk kan worden herzien. Het wijzigen – waaronder begrepen het intrekken – is namelijk een keuzeherziening, wat als een aanvulling op de aangifte heeft te gelden. Ten overvloede wordt overwogen dat aan een keuzeherziening in het algemeen geen gevolgen meer kunnen worden verbonden als deze zou leiden tot een hogere aanslag dan reeds is vastgesteld. Verder geldt als uitgangspunt dat van een gemaakte keuze niet meer kan worden teruggekomen als de aanslag al onherroepelijk vaststaat. Het principale beroep van de staatssecretaris is gegrond. Het incidentele beroep van X is ongegrond (art 81 lid 1 Wet RO). De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en verwijst de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X een immateriële schadevergoeding van € 500 en een proceskostenvergoeding van € 117.

Geen eenzijdige intrekking van gezamenlijk verzoek om geruisloze doorschuiving. “Ik houd van varkens. Honden kijken naar ons op. Katten kijken op ons neer. Varkens beschouwen ons als hun gelijke” (Winston Churchill)

Het is flauw het te noemen. Maar er zijn dus bedrijfsoverdrachten, waarvan de geruisloze overgang van art 3.63 IB (doorschuiffaciliteit) achteraf gezien niet is gewenst. Sterker, dat de overdracht tot een drama heeft geleid tussen overdrager en overnemer.

In onderstaand arrest hebben overdrager en overnemer eerst samengewerkt in een vof varkenshouderij. Kennelijk is er ruzie ontstaan over wat nu precies overgedragen zou moeten worden. In 2013 is dat bijgelegd. In de ingediende aangifte IB 2013 van overdrager resp. overnemer is het verplichte verzoek om toepassing van de doorschuiffaciliteit opgenomen.

Kennelijk smeulde het vuur bij de overnemer, waarvan de ingediende aangifte conform is geregeld. Hij dient een bezwaar in tegen die aanslag. In (hoger)beroep wordt het geschil duidelijk. Als belanghebbende wil overnemer terugkomen op het verzoek, eventueel op grond van gewekt vertrouwen. Mocht dat niet lukken, dan zijn de overgenomen boekwaarden te laag vastgesteld door de inspecteur. Daarmee lijkt belanghebbende in ieder geval het afschrijvingspotentieel omhoog te willen krikken.

Opmerkelijk is, dat de inspecteur op basis van de aangifte IB 2013 van overdrager een aanslag heeft opgelegd zonder de faciliteit. Die moet ter behoud van rechten zijn opgelegd in afwachting van de uitkomst van de procedure. Terzijde denk ik, dat de insp vanwege geheimhouding alleen de uitkomst van de procedure aan overdrager mag geven en niet het verloop.

Op basis van HR 21/4/2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3580 ziet het Hof geen probleem. De aanslag is nog niet onherroepelijk en dus mag belh terugkomen op zijn verzoek. Daarmee is er dus geen gezamenlijk verzoek en is de faciliteit van tafel. Ook voor de overdrager.

De Hoge Raad oordeelt anders. Overdrager en overnemer moeten gezamenlijk in de aangifte van overdrager verzoeken om de faciliteit. Dat mag ook later als aanvulling op de aangifte.

Als je gezamenlijk een keuze moet maken voor het inroepen van de faciliteit, dan moet het herzien van die keuze ook gezamenlijk gebeuren.

De HR herhaalt zijn overwegingen in het arrest van 28/4/2006. In het algemeen kunnen aan een keuzeherziening geen gevolgen meer worden verbonden, als deze zou leiden tot een hogere aanslag dan reeds is vastgesteld. Verder geldt als uitgangspunt dat van een gemaakte keuze niet meer kan worden teruggekomen, als de aanslag onherroepelijk vaststaat. Dat laatste is niet het geval. Maar het lijkt ondenkbaar, dat de overdrager zal meewerken aan een keuzeherziening. De insp van de overdrager heeft met zijn aanslag ter behoud van rechten dat goed gezien, maar zal toch de aanslag moeten verminderen.

Hoe verder? Dat moet het verwijzingshof uitmaken. Ik ben benieuwd of dan ook de onbehandelde standpunten van belanghebbende alsnog worden behandeld.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *