“Door globalisering en automatisering mogen de goede dingen in het leven, zoals aardappelen of stoofpotten, niet worden verwaarloosd” (Angela Merkel).

Taxlive 3/11/26 VNVandaag 2/11/26
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 21-10-2026 (publicatie 30-10-2026) nr 25/845 ECLI:NL:GHSHE:2026:2929

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2929

X verhuurt drie gemeubileerde vakantiewoningen voor periodes van steeds niet langer dan zes maanden. Over 2018 tot en met 2021 dient X BTW-aangiften in. De Belastingdienst verwerkt deze geautomatiseerd, wat leidt tot teruggaven van omzetbelasting. X past de kleineondernemersregeling onjuist toe en hanteert het algemene in plaats van het verlaagde BTW-tarief. De inspecteur kondigt op 11 mei 2023 een controle aan en legt een naheffingsaanslag omzetbelasting op van € 7905 met € 909 belastingrente en een verzuimboete van € 790. In hoger beroep concludeert de inspecteur dat de naheffing verminderd moet worden tot € 5412. In geschil is onder meer of bij het opleggen van de naheffingsaanslag het vertrouwensbeginsel is geschonden.

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Geautomatiseerde verwerking van aangiften en het verlenen van teruggaven rechtvaardigen niet de indruk van een standpuntbepaling door de inspecteur. Gesteld noch gebleken is dat de inspecteur voorafgaand aan de controle een inhoudelijke beoordeling van de aangiften heeft uitgevoerd. X maakt niet aannemelijk dat sprake is van afwezigheid van alle schuld ten aanzien van de verzuimboete. Het hof acht de verminderde boete van € 541 passend en geboden en vermindert de naheffingsaanslag tot € 5412 en de belastingrente tot € 717.

Kijk, het kabinet wil een slagvaardiger overheidsapparaat en dat betekent dat de overheid in de komende jaren met 25.000 ambtenaren minder zal moeten doen. Daar zal ook de Belastingdienst aan moeten geloven. Dat lijkt een zelfmoordmissie voor de kip met de gouden eieren. Maar het is denk ik wel mogelijk. Door de aanslagbelasting om te vormen in een aangiftebelasting haal je het aanslagregelend proces er tussen uit. Dan ligt de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de aanslag bij de belastingplichtige en heb je niets meer met het nieuwe feit te maken, mocht de inspecteur bij controle ontdekken dat te weinig belasting is afgedragen en dit door een naheffingsaanslag (niet navorderingsaanslag) wil herstellen. Dat neemt niet weg, dat in het voortraject sprake kan zijn van vertrouwen opgewekt door de inspecteur en dat een naheffing verhindert.

In onderstaande procedure voor de omzetbelasting probeert belastingplichtige tevergeefs in beroep en hoger beroep de naheffingsaanslagen van tafel te krijgen, omdat in het aangifteproces omzetbelasting de aangiften omzetbelasting 2018 t/m 2021 steeds hebben geleid tot een teruggave.

Maar het Hof gaat daar niet in mee en wijst op Hoge Raad 13 december 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC4179 gewezen voor de IB. Het Hof:

“4.1.3 Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is meer vereist dan de enkele omstandigheid dat gedurende een periode de aangiften zonder opmerkingen zijn verwerkt en teruggaven van omzetbelasting zijn verleend; dat alleen rechtvaardigt niet de indruk van een standpuntbepaling door de inspecteur, ook niet indien de periode langer is. Voor belastingen die op aangifte moeten worden voldaan, zoals de omzetbelasting, geldt bovendien dat niet de inspecteur, maar de belastingplichtige in eerste instantie verantwoordelijk is voor de juiste vaststelling van de belastingschuld en dat het aangifteformulier omzetbelasting daarom geen inhoudelijke vragen omvat waarover de inspecteur een standpunt zou kunnen innemen, maar slechts specificatie vraagt van de betaling (of het teruggaafverzoek), die voorop staat.

4.1.4. Dat bij niet-betaling van aangegeven verschuldigde belasting geautomatiseerd een ambtshalve aanslag wordt opgelegd, betekent evenmin dat de aangifte inhoudelijk wordt beoordeeld. Ook dan wordt immers slechts aangesloten bij wat de belastingplichtige zelf heeft aangegeven, zoals in dit geval met de ambtshalve aanslag voor € 51 aan verschuldigde omzetbelasting voor het vierde kwartaal 2020. Verder is gesteld noch gebleken dat de inspecteur anderszins een inhoudelijke beoordeling van de aangiften heeft uitgevoerd voordat hij op 11 mei 2023 een controle aangekondigde. Dit leidt het hof tot de conclusie dat het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel faalt.”

Als de inspecteur dus geen gekke dingen doet in het aangifteverwerkend proces, dan zouden bovenstaande overwegingen goed van pas komen bij de stappen richting van een kleinere Belastingdienst.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *