
“Ik verdien goed mijn brood. Ik verdien zelfs zoveel brood, dat ik een deel zou kunnen beleggen” (Youp van ’t Hek).
Taxlive 26/6/26 VNVandaag 25/6/26
Bron: Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 22 juni 2026, nr. 2026-262866 tot wijziging van het Besluit Vennootschapsbelasting, dividendbelasting
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22752.pdf
Samenvatting
De Staatssecretaris van Financiën wijzigt het Besluit fiscale beleggingsinstelling (Stcrt. 2024, 17312, V-N 2024/33.7) naar aanleiding van de wijziging van de kwalificatiewetgeving per 1 januari 2025. De belangrijkste inhoudelijke wijziging is de toevoeging van onderdeel 8bis, waarin een tijdelijke goedkeuring wordt geïntroduceerd voor de toepassing van de uitdelingsverplichting en financieringslimiet bij gewijzigde kwalificatie van belangen van FBI’s.
Door de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen en de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling kunnen belangen die vóór 1 januari 2025 als niet-transparant golden, vanaf die datum als transparant worden aangemerkt, waardoor bezittingen en schulden direct aan de FBI worden toegerekend. Dit leidt tot knelpunten bij de uitdelingsverplichting (winst moeten uitkeren zonder feitelijke beschikkingsmacht) en de financieringslimiet (toerekening van schulden zonder economisch risico). Om deze problemen te ondervangen keurt de staatssecretaris goed dat FBI’s deze belangen voor deze specifieke toepassingen tijdelijk mogen blijven behandelen als belangen in niet-transparante lichamen. Deze goedkeuring geldt maximaal zeven jaar, dan wel, indien deze periode korter is, de periode waarin de FBI het desbetreffende belang bezit, en vereist een schriftelijke verklaring aan de Belastingdienst. Daarnaast bevat het besluit enkele technische en redactionele wijzigingen.
Het besluit treedt in werking op 26 juni 2026 en werkt terug tot en met 22 juni 2026.
Opmerking
FBI’s mogen belangen in transparante lichamen voor specifieke toepassingen voor 7 jaar blijven behandelen als belangen in niet-transparante lichamen. “Ik verdien goed mijn brood. Ik verdien zelfs zoveel brood, dat ik een deel zou kunnen beleggen” (Youp van ’t Hek).
Voor vele belastingplichtigen is het onderstaande besluit een ver-van-mijn-bed-show. Maar voor de specifieke doelgroep van vennootschapsbelasting vrijgestelde fiscale beleggingsinstellingen is onderstaand goedkeurend besluit belangrijk nieuws.
De Staatssecretaris van Financiën wijzigt het Besluit fiscale beleggingsinstelling (Stcrt. 2024, 17312) naar aanleiding van de wijziging van de kwalificatiewetgeving per 1 januari 2025.
Die wetgeving leidt tot knelpunten bij de fbi, waardoor de vrijstelling in gevaar zou kunnen komen.
De belangrijkste inhoudelijke wijziging is de toevoeging van onderdeel 8bis, waarin een tijdelijke goedkeuring wordt geïntroduceerd voor de toepassing van de uitdelingsverplichting en financieringslimiet bij gewijzigde kwalificatie van belangen van fiscale beleggingsinstellingen (FBI) in lichamen die door de kwalificatiewetgeving wijzigen van niet transparant naar transparant.
FBI’s mogen deze belangen voor deze specifieke toepassingen tijdelijk blijven behandelen als belangen in niet-transparante lichamen. Deze goedkeuring geldt maximaal zeven jaar, dan wel, indien deze periode korter is, de periode waarin de FBI het desbetreffende belang bezit, en vereist een schriftelijke verklaring aan de Belastingdienst. Daarnaast bevat het besluit enkele technische en redactionele wijzigingen. Het besluit treedt in werking op 26 juni 2026 en werkt terug tot en met 22 juni 2026.
Dit geldt met name voor belangen in een fonds voor gemene rekening vanaf 1/1/2025.
De definitie van een (niet transparant) fonds vanaf 1/1/25 in art 2, lid 4 Vpb is gewijzigd ten opzichte van die van voor de wetswijziging. Gebleven is, dat er sprake moet zijn van voor gemene rekening beleggen. Maar daarvoor wordt wel aangesloten bij een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft. Het voor de praktijk verwarrende criterium toestemmingsvereiste is echter verdwenen. De eis van verhandelbare bewijzen van deelnemerschap is gebleven. Nu aansluiting met art 1:1 Wft is gezocht wordt automatisch die verhandelbaarheid verondersteld. Die verhandelbaarheid is er niet, als uitsluitend aan het fonds zelf mag worden vervreemd (het inkoopfonds).
Omdat het allemaal zo nieuw is heeft de stas hierover op 28/11/25 het fondsenbesluit gepubliceerd. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-40593.html
Ricky Turpijn
