“Argumenten moet men wegen, niet tellen” (Marcus Tullius Cicero).

Taxlive 29/1/26 VNVandaag 29/2/26
Bron: Hoge Raad 27-02-2026 22/04085 ECLI:NL:HR:2026:298

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2026:298

X, een uitvaartverzekeraar, maakt deel uit van de C-groep. Tot de groep behoren onder andere een levensverzekeringsmaatschappij en een andere uitvaartverzekeraar. Vanwege de precaire financiële situatie waarin de verzekeringsmaatschappij is geraakt, wordt besloten, op instigatie van de DNB, om de onderneming van X af te splitsen naar een nieuw opgerichte vennootschap, tegen uitreiking van een aandeel, in plaats van een activa-passivatransactie. Dit aandeel wordt vervolgens verkocht aan een derde. X verzoekt de inspecteur om zekerheid te verstrekken over de vraag of de voorgenomen splitsing en de daaropvolgende verkoop van aandelen zakelijk is of niet. Volgens de inspecteur is de splitsing in overwegende mate gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Hij noemt daarbij een bedrag van € 14 mln. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt, in tegenstelling tot Rechtbank Gelderland, dat X, tegenover de gemotiveerde betwisting van de inspecteur, niet aannemelijk maakt dat de door haar genoemde voordelen van de afsplitsing, ten opzichte van een activa-passivatransactie, zich daadwerkelijk voordoen. Er liggen geen zakelijke overwegingen ten grondslag aan de splitsing van de onderneming en de daaropvolgende verkoop van de onderneming. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de wijze waarop het hof de bewijslast heeft verdeeld niet in overeenstemming is met de bewijslastverdeling die volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EU. Uit deze jurisprudentie volgt namelijk dat de inspecteur er niet mee kan volstaan de door X voor de splitsing aangevoerde zakelijke overwegingen gemotiveerd te betwisten. Hij moet ten minste een begin van bewijs leveren dat geen sprake is van zakelijke overwegingen, of dat er aanwijzingen bestaan voor het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof ‘s-Hertogenbosch. De Hoge Raad wijst het verwijzingshof er daarbij nog op dat in de conclusie van A-G Wattel enkele wegen worden geschetst om de zakelijkheid van de overwegingen voor de gekozen weg naar het einddoel te beoordelen.

Elke ondernemer kent dat wel. Het loopt goed, maar een onderdeel van het bedrijf niet. Daar wil je vanaf door dat onderdeel te verkopen. Het beste zou zijn dat onderdeel in een dochter BV onder te brengen en de aandelen te verkopen. Een activa-passiva transactie is mogelijk, maar dat betekent mogelijk afrekenen bij de fiscus over de winst van die onderdelen, terwijl je dat geld wel nodig hebt. Een alternatief is het onderdeel onbelast af te splitsen in een nieuwe BV door gebruik te maken van de splitsingsfaciliteit van art 14a Vpb. In onderstaand arrest over de afsplitsing van een uitvaartverzekeraar wordt dat zelfs geadviseerd door een financiële toezichthouder.

Het plan is dus daarna op termijn – binnen drie jaar na de afsplitsing – de aandelen in de BV te verkopen. Voor de zekerheid leg je je voornemen voor aan de inspecteur. Die speelt de bal terug en vraagt welke zakelijke redenen er zijn om je BV op deze goedkopere manier verkoopklaar te maken en niet via de – duurdere – activa-passiva transactie en waarom er hier geen sprake is van in overwegende mate ontgaan of uitstellen van belastingheffing in de zin van art 14a, lid 6 Vpb. Is hier dan sprake van een zakelijke herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van het concern of is hier gewoon sprake van het verkoopklaar maken van een onderdeel van het bedrijf? Je komt er niet zo goed uit en de inspecteur wijst je verzoek om toepassing van de splitsingsfaciliteit af, omdat je argumenten geen hout snijden en de inspecteur van mening is, dat via de faciliteit er sprake is van in overwegende mate ontgaan of uitstel van belastingheffing.

Tegen de afwijzende beschikking ga je in (hoger) beroep, maar je vangt daar ook bot.

Maar bij de HR krijg je een voet tussen de deur. En wel zo, dat het wetsartikel waar dit op rust voor een deel in strijd is met Europese wetgeving, nl de fusierichtlijn. NB: art 14a Vpb is een nationale vertaling van die richtlijn. Het zit ‘m in de bewijslastverdeling. De vraag stellen is ‘m eerst zelf beantwoorden: voordat de inspecteur de vraag mag stellen aan jou, moet hij zelf eerst uitleggen, waarom hij van mening is, dat jouw voornemen om binnen 3 jaar na splitsing de aandelen te verkopen onzakelijk is en dat hier in overwegende mate sprake is van ontgaan of uitstel van belastingheffing. Dat heeft de inspecteur dus niet gedaan en de appelrechter is daarom van een onjuist juridisch standpunt uitgegaan. Een ander Hof moet dit opnieuw beoordelen.

Zoiets heeft zich in onderstaand arrest afgespeeld. De inspecteur moet dus zelf eerst aan de bak.

Dat is nieuw. Bij het onderdeel MKB van de belastingdienst zijn deze beschikkingen om zekerheid vooraf lopende band werk, niet alleen voor een splitsing ex art 14a Vpb, maar nog meer een fusie ex art 14b Vpb. Hoewel in art 14b Vpb een verkoop binnen 3 jaar niet speelt, neem ik aan, dat de inspecteur ook bij een fusieverzoek eerst zelf de vraag moet beantwoorden of er onzakelijke overwegingen zijn.

Ricky Turpijn

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *