
“Ik ben dankbaar voor de scherpste kritiek, als ze maar zakelijk blijft” (Otto von Bismarck)
Taxlive 17/4/26 VNVandaag 17/4/26
Bron: Rechtbank Noord-Holland 23-12-2025 (publicatie 10-04-2026) AWB – 25 _ 1105 ECLI:NL:RBNHO:2025:15819
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15819
Samenvatting
X BV is in 2017 opgericht om in Nederland geld aan te trekken voor vastgoedprojecten in Latijns-Amerika. De investeerders storten in opdracht van X BV geld op een bankrekening van een beheerstichting. Omdat de beheerstichting slechts één bestuurder (A) heeft, wordt afgesproken dat B, op dat moment indirect belanghebbende in X BV, gemachtigde wordt van de bankrekening van de beheerstichting zodat zij een oogje in het zeil kan houden. In 2018 blokkeert de bank de bankrekening van de beheerstichting, omdat de beheerstichting een groot deel van de gelden voor andere doeleinden heeft aangewend. De civiele rechter oordeelt vervolgens dat sprake is van een onrechtmatige daad van bestuurder A en groepsaansprakelijkheid van gemachtigde B. In geschil is of X BV een vordering op de beheerstichting heeft en, zo ja, of zij die vordering ten laste van haar resultaat 2020 mag afwaarderen.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X BV, door de stortingen van de investeerders, een rekening-courantvordering heeft op de beheerstichting en dat die vordering niet kwalificeert als onzakelijke lening. X BV heeft de van de investeerders ontvangen gelden verkregen als vooruitontvangen aandelenkapitaal. Omdat X BV nog niet over een bankrekening beschikte, heeft zij de investeerders via het inschrijfformulier geïnstrueerd het geld over te maken aan de beheerstichting. Op het moment dat de investeerders geld overboekten naar de beheerstichting ontstond een rekening-courantvordering van X BV op de beheerstichting. Hieraan staat niet in de weg dat een akte van cessie ontbreekt waarbij de vordering is overgedragen aan X BV. X BV mag de rekening-courantvordering afwaarderen ten laste van haar resultaat. De inspecteur heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van: i) verbondenheid tussen X BV en de beheerstichting en ii) een geldverstrekking van X BV aan de beheerstichting. Het beroep van X BV is gegrond.
Opmerking
Deze uitspraak van de rechtbank over de vraag of een vordering ten laste van de fiscale winst 2020 van BV X kan worden afgewaardeerd kent voor de praktijk enkele leuke aspecten.
1. de ingewikkelde beleggingsstructuur in Braziliaans vastgoed van het in NL gevestigde BV X, waar een beheerstichting van gelden een centrale rol speelt.
2. De vraag welke vennootschap nu een rekening courant vordering heeft.
3. De vraag of op de afwaardering van deze vordering de onzakelijkeleningjurisprudentie van toepassing is.
Ad 1. Het is duidelijk, dat de initiatiefnemers van deze beleggingsstructuur aan de investeerders geen aandelen, maar wel certificaten willen geven in het beleggingsvehikel. De gelden moeten daarvoor aan de hand van een formulier worden gestort op rekening van een beheerstichting, die de gelden op afroep van BV X overmaakt naar de buitenlandse vastgoedondernemingen als leningen.
Ad 2. Balanstechnisch gezien heeft BV X een rekening courant vordering op de stichting voor de geldstortingen van de beleggers en heeft daartegenover een schuld geboekt als vooruitontvangen aandelenkapitaal van de stichting, een kasrondje. BV Y, moedermij van BV X, heeft kennelijk alleen een rol als ontvanger van aandelen en uitgever van certificaten aan beleggers.
Het is daarom niet vreemd, dat de inspecteur BV Y – moeder dus – ziet als de vennootschap, die recht heeft op de gelden als storting op de uit te geven aandelen. De rechter ziet dat anders, omdat zij op grond van het Haviltex arrest kijkt naar wat partijen hebben bedoeld. Uit de feiten leidt de rechtbank af, dat niet BV Y als aandeelhouder, maar – kortweg gezegd – BV X de geldstromen richting het buitenland stuurde (beschikt als ware het haar eigen geld). Volgens de rechtbank ontstond op het moment dat de investeerders geld overboekten naar de stichting een rekening courant vordering van BV X (niet BV Y) op de stichting. Het ontbreken van een akte van cessie van BV Y aan BV X is dan geen belemmering. Daar zou je van de appelrechter nog wel eens een ander verhaal kunnen horen.
Ad 3. Dan komt de inspecteur toch wel met een warrig verhaal over gelieerde bedrijven, die onvoldoende maatregelen hebben genomen om te waarborgen dat het geld goed terecht zou komen en er daardoor onzakelijk gehandeld zou zijn door het geld zonder zekerheden te laten storten bij de stichting. Afwaardering ten laste van de winst is dan uit den boze. De rechter vertaalt dit als een verzoek om toepassing van de onzakelijkeleningjurisprudentie. Die legt in een notendop uit de essentie van die jurisprudentie en betrekt dat op de rekeningcourantvordering die BV X heeft op de stichting.
De rechtbank maakt dan volgens mij een ‘slip of the pen’ door aan het criterium verbondenheid – een relatie met het aandeelhouderschap uit art 10a Vpb het renteaftrekbeperkingsartikel – te toetsen in plaats van aan het veel ruimere begrip gelieerdheid uit de OZL jurisprudentie. Verbondenheid in die zin is er terecht niet, maar de relaties in onderlinge samenhang bezien wijzen toch echt op gelieerdheid tussen BV X en de stichting. Maar noch de inspecteur noch de rechtbank gaat in op waar het bij een OZL om gaat: het debiteurenrisico van een rekeningcourantvordering alleen aanvaarden tegen een winstdelende rente. In plaats daarvan benadrukt de rechter de betrouwbare, economische positie van de stichting in het beheer van de gelden én het ontbreken van verbondendheid, waardoor er geen sprake is van een geldverstrekking door BV X aan de stichting met het doel de belangen van haar aandeelhouders te dienen. Slaat de rechtbank een nieuwe weg in op het platgetreden pad van de OZL jurisprudentie?
De inspecteur slaagt dus niet in het bewijs, dat hier sprake is van een onzakelijke lening. Omdat niet in geschil is dat de vordering onvolwaardig is geworden, is de afwaardering ten laste van de fiscale winst van BV X toegestaan.
Op naar de appelrechter.
Ricky Turpijn
